Aanhoudend moe zijn, kouder hebben dan de mensen rond je, of enkele kilo's bijkomen zonder dat er iets aan het eetpatroon veranderd is: het zijn klachten die makkelijk op drukte, leeftijd of de winter geschoven worden. Bij een deel van de mensen ligt de oorzaak elders, namelijk bij een klein orgaan vooraan in de hals dat nauwelijks vier centimeter groot is.
De schildklier stuurt zoveel processen aan dat een lichte ontregeling zich op heel uiteenlopende manieren laat voelen. Precies dat maakt schildklierproblemen zo moeilijk herkenbaar: de klachten zijn zelden opvallend, en ze komen geleidelijk.
Wat doet de schildklier eigenlijk?
De schildklier ligt vooraan in de hals, net onder het strottenhoofd, en heeft de vorm van een vlinder. Ze maakt twee hormonen aan, T3 en T4, en die bepalen mee hoe snel het lichaam werkt. Je kan het vergelijken met de gasklep van een motor: de schildklierhormonen bepalen het toerental van de stofwisseling.
Die hormonen beïnvloeden de lichaamstemperatuur, de hartslag, de snelheid waarop de darmen werken, de spierkracht, de conditie van huid en haar, de menstruatiecyclus en zelfs de stemming en de concentratie. De hypofyse in de hersenen houdt dat systeem in evenwicht: merkt ze dat er te weinig schildklierhormoon in het bloed zit, dan stuurt ze via het hormoon TSH het signaal om meer aan te maken.
Zolang dat evenwicht klopt, merk je van heel dat systeem niets. Raakt het verstoord, dan gaat het lichaam als geheel te traag of net te snel draaien.
Een trage schildklier
Bij een trage schildklier, in medische termen hypothyreoïdie, maakt de klier te weinig hormoon aan. Alles gaat dan wat trager dan het hoort. De meest gemelde klachten zijn aanhoudende vermoeidheid die niet overgaat met slapen, kouwelijkheid, een droge huid, brozer haar, verstopping, spierstijfheid en een trager denken of moeilijker concentreren. Ook een geleidelijke gewichtstoename van enkele kilo's komt vaak voor, al is de schildklier zelden de verklaring voor een grote gewichtstoename.
Bij vrouwen kan de menstruatie zwaarder of onregelmatiger worden. Sommige mensen merken vooral een sombere of vlakke stemming, waardoor eerst in een andere richting gezocht wordt.
De meest voorkomende oorzaak in onze streken is een auto-immuunreactie, waarbij het afweersysteem geleidelijk schildklierweefsel aantast. Ook een behandeling aan de schildklier in het verleden, bepaalde geneesmiddelen of een periode na een bevalling kunnen een rol spelen. Een trage schildklier komt duidelijk vaker voor bij vrouwen en de kans neemt toe met de leeftijd.
Een te snelle schildklier
Het omgekeerde bestaat ook. Bij een te snelle schildklier, hyperthyreoïdie, is er te veel hormoon in omloop en draait alles op een te hoog toerental. Typisch zijn hartkloppingen of een snelle hartslag in rust, beverige handen, meer zweten, slecht tegen warmte kunnen, onrust of prikkelbaarheid, slecht slapen, vaker stoelgang en gewichtsverlies ondanks een normale of zelfs grotere eetlust.
Bij sommige mensen zwelt de klier zichtbaar op, of veranderen de ogen: ze staan wat verder naar voren of voelen droog en geïrriteerd aan. Ook hier is een auto-immuunaandoening de meest voorkomende oorzaak, maar ook een tijdelijke ontsteking van de klier of een te hoge dosis schildkliermedicatie kan aan de basis liggen.
Bij oudere mensen verloopt een te snelle schildklier soms atypisch: geen onrust of beverigheid, maar vooral vermoeidheid, gewichtsverlies en hartritmestoornissen. Dat maakt het beeld verwarrend.
Hoe wordt het vastgesteld?
De schildklier laat zich moeilijk beoordelen op klachten alleen, want die zijn allemaal ook op andere manieren te verklaren. Een bloedafname geeft wel snel duidelijkheid. Meestal wordt eerst TSH bepaald, het signaalhormoon vanuit de hypofyse. Een verhoogd TSH wijst richting een trage schildklier, een verlaagd TSH richting een te snelle. Afhankelijk van dat resultaat worden T4, en soms T3 of antistoffen, mee bepaald.
Soms volgt daarna een echografie van de hals, bijvoorbeeld wanneer de klier vergroot is of er een knobbeltje voelbaar is. De meeste knobbeltjes in de schildklier zijn goedaardig, maar ze worden wel altijd nagekeken.
Het is nuttig om vóór de bloedafname te melden welke geneesmiddelen en supplementen je neemt. Onder meer biotine, een veel voorkomend ingrediënt in supplementen voor haar en nagels, kan de meting verstoren en een vertekend resultaat geven. Bij ons in Apotheek Wezel is dat een vraag die geregeld terugkomt aan de balie, en het is een terechte.
Wat als er behandeling nodig is?
Een trage schildklier wordt meestal behandeld met een schildklierhormoon in tabletvorm, waarmee wordt aangevuld wat het lichaam zelf te weinig maakt. Dat wordt bij voorkeur elke dag op hetzelfde moment ingenomen, nuchter, met water, en met een half uur afstand tot het ontbijt. Kalk-, ijzer- en magnesiumsupplementen en maagbeschermers houd je er beter enkele uren van weg: ze verminderen de opname.
De juiste dosis wordt stap voor stap gezocht, met bloedcontroles ertussen. Het duurt gemiddeld enkele weken voor een aanpassing zich in het bloed én in het gevoel laat zien, wat geduld vraagt. Ook wie zich weer goed voelt, blijft de controles best volgen: de behoefte kan met de jaren veranderen.
Bij een te snelle schildklier zijn er meerdere mogelijkheden, van geneesmiddelen die de aanmaak afremmen tot een behandeling met radioactief jodium of, in bepaalde situaties, een ingreep. Welke weg de beste is, hangt sterk af van de oorzaak en van de persoon.
Wanneer contacteer je best een arts?
Vermoeidheid alleen is geen reden om meteen aan de schildklier te denken. Maar wanneer de vermoeidheid weken aanhoudt en er andere zaken bij komen — kouwelijkheid, een droge huid, verstopping, een trager gevoel — dan is een bloedafname een eenvoudige manier om duidelijkheid te krijgen.
Neem sneller contact op bij hartkloppingen of een onregelmatige hartslag, bij onverklaard gewichtsverlies, bij een zichtbare zwelling of een knobbeltje in de hals, bij slikklachten of een aanhoudend hese stem, en bij oogklachten zoals dubbelzien of uitpuilende ogen. Ook wie zwanger is of een zwangerschap plant en al schildkliermedicatie neemt, bespreekt dat best tijdig, want de behoefte verandert dan.
En wie al behandeld wordt maar merkt dat de klachten terugkomen, wacht best niet tot de volgende geplande controle. Vaak volstaat een aanpassing van de dosis. Met vragen over de inname, over het tijdstip of over combinaties met andere geneesmiddelen en supplementen kan je altijd terecht bij het team van Apotheek Wezel.




